Posts tonen met het label voetstukken: wonderbaarlijke voetbalvertellingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voetstukken: wonderbaarlijke voetbalvertellingen. Alle posts tonen

donderdag 22 november 2012

Bert Jacobs: deel 9 - het einde

zie hier voor deel 8

...Bert Jacobs (1941-1999)...
In oktober 1996 keert Bert Jacobs terug bij RKC Waalwijk. Het zou zijn laatste seizoen als trainer worden. Waar Jacobs in een eerdere fase van zijn loopbaan telkens trots kon vertellen dat hij met zijn teams nooit degradatievoetbal hoefde te spelen, brengt hij de laatste jaren van zijn trainerscarrière vrijwel continu door in de kelder van de Eredivisie.

Met RKC finisht hij op een zestiende plaats, waarna de Waalwijkse ploeg zich alsnog handhaaft via de nacompetitie. Na dat jaar blijft Jacobs werkzaam bij RKC Waalwijk, maar niet meer als coach: hij wordt technisch directeur. Bert Jacobs wilde na vijfendertig jaar op het veld weleens iets anders, alleen dan wel bij RKC: “Ik ben van deze club gaan houden, mijn hart ligt hier.” Zijn laatste jaar in Waalwjk verloopt niet vlekkeloos: Jacobs wordt beschuldigd van het geld verdienen aan transfers. Hoewel dit aan alle kanten ten zeerste wordt ontkend, is het toch een behoorlijk smet op het imago van Jacobs.

In mei 1998 start Bert samen met Theo de Jong het zogeheten Bert Jacobs/ Theo de Jong Scoutings- en Adviesbureau. Theo start meteen met zijn werkzaamheden, Bert maakt eerst het seizoen in Waalwijk af en stroomt op 1 juli in. De twee voorzien clubs van rapporten, scouten spelers en archiveren hun gegevens. Van de vergelijking met voetbalmakelaars willen Jacobs en De Jong niets weten: “Wij willen geen gages vangen van twee, drie ton.” Zijn nieuwe job past prima bij Jacobs, zo vertelt hij: “ik heb mijn hele leven van dubbeltjes kwartjes moeten maken. Het scouten en adviseren zit er dus helemaal in bij mij.”

Naast zijn werkzaamheden voor het adviesbureau is Jacobs in die periode namens de partij Gemeente Belangen Zandvoort raadslid in zijn geboorteplaats. Ook geeft hij af en toe lezingen. Bert Jacobs lijkt zijn leven prima op orde te hebben, maar dan slaat het noodlot keihard toe. In 1999 blijkt hij weer kanker te hebben. En dan ook nog in een erg agressieve vorm. Het gaat heel snel bergafwaarts met Jacobs: op 14 november komt hij te overlijden.

“Ik zou het fantastisch vinden om het tot mijn vijfenzestigste vol te houden in de voetbalwereld, zoals Happel. Maar of ik dat haal, ik weet het niet.” Die woorden sprak Jacobs in 1990. Het bleek niet zo te mogen zijn.

De begrafenis van Bert Jacobs is een indrukwekkende. De rouwende menigte, met veel mensen uit de voetbalwereld, wordt ter plekke verrast door een geweldige hagelbui. “Geintje van Bert”, zo zou Fritz Korbach het noodweer verklaren. En zo was het: tot op het allerlaatste moment hield Jacobs ervan mensen te entertainen en te verrassen. Bert Jacobs: een vakman met heel veel humor…

zie hier voor het begin van het Bert Jacobs-verhaal

Bert Jacobs - deel 8: ups en downs in de periode 1992-1996

zie hier voor deel 7

...Bert Jacobs: ups en downs...
Wanneer Bert Jacobs in 1992 Vitesse verlaat, heeft hij de clubs voor het uitkiezen. Zijn keuze valt op het Spaanse Sporting Gijon, dat in de Primera Division speelt. De club uit de noordelijke provincie Asturië is een instituut in het Spaanse voetbal. Gijon komt sinds 1977 onafgebroken uit in de hoogste afdeling en speelde in de voorbije jaargang 1991-1992 nog in de UEFA Cup.

Het is geen kleintje dus, waar Bert Jacobs mee in zee gaat. Voor Jacobs is het in de beginperiode heel veel genieten in Spanje, maar af en toe ook behoorlijk wennen. Zo vertelde hij op smeuïge wijze over een bijzondere ontmoeting na een wedstrijd tegen Barcelona, toen hij een ‘klein mannetje’ de hand schudde: “Uit beleefdheid sta ik daar wat bij dat mannetje en na een tijdje besluit ik maar weer eens verderop te kijken. Dus ik sla die tuinkabouter op z’n schouder en zeg: Hé, ik zie je nog wel eens, en loop weg. De volgende dag kijk ik toevallig naar de tv en daar zie ik diezelfde tuinkabouter. Blijkt het de bondscoach van Spanje te zijn!”

Jacobs gaat met Sporting Gijon prima van start. Wat hem al snel opvalt, is het alom aanwezige katholieke geloof. Zo is er op wedstrijddagen om half acht steevast een mis op het veld. Af en toe is het voor Bert Jacobs allemaal een beetje té kerkelijk, zo zegt hij in die periode: “Ik vertel de laatste tijd maar dat ik van m’n geloof afgevallen ben en inmiddels de Islam aanhang. Dat lost veel op.” Ondertussen neemt Jacobs ook in Gijon geen blad voor de mond en voert hij weer ouderwets zijn acts op. Zo imiteert hij tijdens een persconferentie een bokser om een verhaal kracht bij te zetten. Prompt wordt Jacobs wekenlang op alle televisiezenders als bokser in beeld gebracht.

Naarmate de tijd vordert merkt Jacobs steeds meer dat de spelers in Spanje niet tegen hun trainer in gaan, iets dat hij goed weet te verklaren: “Dat is gewoon de aard van de Spaanse voetballer. Zolang is hier ook nog niet een democratisch systeem natuurlijk. Twintig jaar geleden zaten ze nog onder Franco. Aan die aard moet je denk ik ook niets proberen te veranderen.”

Misschien had Jacobs toch wat harder moeten zijn, want wanneer de resultaten minder worden keert het tij snel voor hem. Toen in april de degradatiestreep steeds dichterbij kwam, ontstond er paniek onder een deel van het clubbestuur. En op het moment dat de regionale krant El Commercio ook nog eens een offensief tegen Jacobs begon, was het snel gedaan: voor het eerst in zijn loopbaan werd Bert Jacobs ontslagen. Hoewel er veel voor hem pleitte, zoals een enorme blessuregolf waar hij natuurlijk part nog deel aan had, luidde de harde opinie: Jacobs was te lief voor zijn spelers.

Zo kon het gebeuren dat Bertus Jacobs werkeloos thuis kwam te zitten. Er is wel interesse, zoals van het Turkse Altay Izmir, maar dat niveau is Jacobs zijn eer te na. In december vindt hij een nieuwe werkgever: het wordt RKC. En zo verkast Bert Jacobs naar uitgerekend de club waarvan hij in zijn Spaanse periode het stadion gekscherend een rangeerterrein noemde.

Met hangen en wurgen weet Jacobs RKC te behoeden voor de Eredivisie, maar ook in het seizoen erna loopt het niet al te soepel. Eind november 1994 antwoordt hij in Voetbal International op onnavolgbare Bert Jacobs-wijze op de vraag of hij als trainer van RKC de kerst haalt: “Ja hoor. RKC staat tenslotte voor Rooms Katholieke Combinatie. Nou ben ik niet zo gelovig, maar een club met zo’n naam zal z’n trainer echt niet met de kerst ontslaan.” En wakker blijkt hij ook al niet te liggen van de slechte resultaten van de club: “Door mijn ziekte heb ik leren relativeren, ik slaap al jaren prima. Ik word alleen weleens wakker gemaakt door m’n lieve vrouwtje, maar dat doet ze niet om nou eens gezellig over de opstelling te filosoferen.”

Ontslagen wordt Jacobs uiteindelijk bij lange na niet: het begint namelijk ineens ontzettend goed te draaien bij RKC. Zo goed dat de club zelfs als achtste finisht. En dat terwijl gedurende het seizoen ook nog eens de spitsen Marco Boogers en Harrie Decheiver verkocht worden. Er zijn veel lofuitingen voor Jacobs, maar die heeft door zijn verblijf in Spanje het niveau van de Nederlandse competitie nóg meer leren relativeren. Zo omschrijft hij de destijds PTT Telecompetitie geheten Eredivisie als volgt: “Het spijt me hoor, maar in vergelijking met Spanje en Italië hebben wij echt de PTT Kaboutercompetitie.”

Jacobs is in 1995 op dreef in de media. Zo blijkt hij in een interview in Voetbal Nederland dat hij er nog altijd lol in heeft mensen op het verkeerde been te zetten: “Ik had een interview met het Utrechts Nieuwsblad, waar ze me van die staccatovragen stelden. Moest ik kort antwoorden. Hobby, auto, favoriete eten, en zo voort. Riep ik bij hobby: ornithologie. Belt er een man: ‘Goh, wat leuk, we hebben dezelfde hobby.’ Vroeg of ik misschien ook witte kanaries kweekte. Haha. Och, je kunt moeilijk 20 jaar dezelfde antwoorden geven op die vragen. Ik doe tegenwoordig aan klootschieten…”

In de zomer van 1995 verruilt Jacobs RKC voor FC Volendam, een club die hem aanspreekt vanwege het specifieke jeugdgebeuren. Zijn verblijf aldaar wordt echter geen doorslaand succes. Jacobs kan niet voorkomen dat de club de nacompetitie in moet. Ondertussen wordt hij binnen de club beschuldigd van vrijwel permanent dronkenschap. Een harde beschuldiging, al gaan de verhalen over het vermeende buitensporige alcoholgebruik van Jacobs al langer rond. Het strijden moe verlaat hij Volendam nog vóór het eind van het seizoen. In oktober zou hij terugkeren naar RKC…

Bert Jacobs - deel 7: Vitesse

zie hier voor deel 6

In september 1987 is de terugkeer van de trainer Bert Jacobs een feit. Hij treedt in dienst bij Vitesse, als opvolger van Niels Overweg. De Arnhemse club speelt op dat moment alweer jarenlang in de Eerste Divisie. En dat is niet het podium dat de sinds 1970 op het hoogste niveau werkende Bert Jacobs gewend is.

Toch is zijn keuze voor Vitesse een bewuste. Ondanks interesse van Eredivisieclub FC Groningen gaat zijn voorkeur uit naar de Arnhemmers: “Bij Groningen had ik meteen vol aan de bak gemoeten. Vitesse was een club in de marge, waardoor ik rustiger kon beginnen. Dat was na mijn ziekte een wat fijnere manier om weer op te starten. En bij FC Groningen was Rob Jacobs net ontslagen. Tsja. Bert Jacobs als opvolger van Rob Jacobs, dat klinkt ook zo lullig.”

Met Vitesse beleeft Bert Jacobs een gigantische opmars. Eindigt hij in het eerste seizoen nog in de middenmoot, het tweede jaar wordt hij met Vitesse kampioen. Daardoor haalt Jacobs in 1989 eindelijk zijn eerste tastbare prijs als trainer binnen. Maar het succes zou alleen maar groter worden: in 1990 zou het gepromoveerde Vitesse als vierde in de Eredivisie eindigen en daardoor Europees voetbal halen.

En dat terwijl voorzitter Karel Aalbers in de beginperiode van Jacobs bij de club nog flirtte met Johan Cruijff om hoofdtrainer te worden. Jacobs bleef stoïcijns onder de pogingen van Aalbers en bleef gewoon zijn eigen weg gaan. Langzaam bouwde hij aan een prima presterend elftal, waarbij Jacobs met een relatief kleine groep spelers werkte. Het elftal vormde een ingespeeld geheel en werkte volgens een vast patroon. Daarin bleek de trainer Jacobs veranderd te zijn. Niet langer was hij van de afwisselende trainingen, maar zocht hij het juist in de herhaling. Zo keek Jacobs later terug: “Edward Sturing moest 250 voorzetten geven in een week. Herhaling: dat was het toverwoord. Moest ik ze dan voor de variatie touwtje laten springen of andere flauwekul?”

...Bert Jacobs heeft het geflikt: hij promoveert met
Vitesse naar de Eredivisie...
Het succeselftal van Vitesse ontstond door de vakkennis van Jacobs, maar ook door een hoop toeval en geluk. Zo ging de aanvankelijk als jeugdtrainer aangetrokken Frans Thijssen weer voetballen en deed hij dit vervolgens uitermate goed.

Daarnaast kwamen Hans van Arum en Rick Hilgers rechtstreeks over van de amateurs en bleken ze het niveau wonderbaarlijk snel aan te kunnen. De grootste overwinning van Jacobs was misschien wel de ontwikkeling van John van den Brom. Volgens critici had hij een te lage handelingssnelheid, waardoor de in de Eerste Divisie excellerende Van den Brom het Eredivisieniveau niet aan zou kunnen. Dat bleek een misvatting: de Amersfoorter haalde zelfs het Nederlands Elftal.

Niet alleen de trainer Jacobs bleek veranderd te zijn, ook de persoon Bert Jacobs had een verandering doorgemaakt, vertelde hij: “Ik zit tegenwoordig ook graag thuis, het is allemaal wat evenwichtiger geworden. Ik heb meer plezier in andere dingen. Zo verheug ik me al een tijdje enorm op de kerst. Dan ga ik skiën, heerlijk vind ik dat.”

Ondanks alle veranderingen bestond de humorvolle trainer Bert Jacobs nog altijd: zo probeerde hij nadat Vitesse een overwinning op PSV had geboekt met een fiets een discotheek in Arnhem binnen te rijden: “We waren aan het stappen, ik zag ergens een fiets staan, sprong erop en wilde in mijn enthousiasme daarmee die discotheek in rijden. De portier schrok zich rot en hield me tegen.”

En ook over de grenzen kreeg Jacobs de lachers op zijn hand: “Tijdens een trip van Vitesse naar Rusland heb ik eens een stunt uitgehaald om het ijs te breken. Voor een receptie had ik het uniform van een echte generaal aangetrokken. Toen Karel Aalbers me binnen zag komen, kon hij wel door de grond zakken. Maar ik heb daar een act opgevoerd die iedereen prachtig vond. Twee weken later kreeg ik van die generaal z’n pet als aandenken. Aalbers, die veel zaken doet in Rusland, heeft alleen maar baat gehad bij die grap. Er gingen deuren voor hem open.”

In 1990 deed Bert Jacobs de duurste aankoop uit zijn loopbaan: voor 500.000 gulden werd Phillip Cocu overgenomen van AZ. Het typeert de trainer Jacobs, die het altijd van koopjes moest hebben. Met relatief bescheiden materiaal was het rendement groot. Bert Jacobs bleef tot 1992 werkzaam bij Vitesse en haalde in dat jaar opnieuw Europees voetbal. Voor Jacobs zelf lonkte nieuw avontuur: tien jaar na Seiko Hong Kong werd hij opnieuw trainer van een buitenlandse club…

woensdag 21 november 2012

Bert Jacobs - deel 6: de ziekte

zie hier voor deel 5

...Bert Jacobs: loodzware periode...
Achteraf zou Bert Jacobs toegeven dat hij eigenlijk al een tijdje zichzelf niet meer was. Bij Fortuna Sittard was zijn humeur de laatste maanden niet meer wat het geweest was. Heel gek was dat ook niet: elke dag had Bert immers ontzettend veel pijn. Al jarenlang had hij veel last van zijn kaken. Doorprikken, een antibioticakuur: niets had geholpen. Jacobs had leren leven met de pijnaanvallen, maar in die laatste Sittardse maanden was het wel heel extreem. Zo zou hij achteraf zeggen: “In die tijd vrat ik Finimal als snoepjes.”

De pijn die Jacobs had, had een hevige oorzaak: hij bleek kanker te hebben. Er moest dan ook snel worden ingegrepen. Eind 1986 zou hij geopereerd worden aan zijn kaak. Bij Fortuna stopte hij daardoor per direct als trainer: Jacobs zou logischerwijs veel tijd nodig hebben om terug te kunnen komen. Áls hij überhaupt nog terug kon komen, want het zou een behoorlijk zware ingreep worden. Er werd zelfs gevreesd voor zijn leven.

In het VU in Amsterdam werden de bovenkaak en het gehemelte van Bert weggehaald. Dat gebeurde in drie gecompliceerde operaties, die Jacobs behoorlijk aantastten. Toch was hij al die tijd een meewerkende patiënt die nooit zeurde: Bert had vertrouwen in de mensen die hem behandelden. Jacobs kreeg een prothese aangemeten, die in het begin met ijzerdraad bevestigd zat. Door de ingreep moest hij helemaal opnieuw leren praten en kauwen. Ook in die loodzware periode verloor Jacobs zijn humor niet. Daar lag hij dan, met pijpjes in zijn neus, keel en hals: “Soms stonden er mensen volkomen verslagen aan mijn bed. Ik kon niet praten en dan zeiden die mensen tegen elkaar: verdomme, wat ziet Bertus eruit…dan schreef ik op een briefje: maar ik ben níet doof.”

Beetje bij beetje krabbelde Jacobs weer op, maar inderdaad: wat zag Bertus eruit! Hij was twintig kilo kwijt en zag er jaren ouder uit. Jacobs had door de operatie een ware transformatie ondergaan: zijn gezicht was ingevallen en hij was broodmager geworden. Dat besefte Jacobs zelf ook: “Ik stond wel eens voor de spiegel en dan dacht ik je ziet er toch wel heel anders uit.” Veel kon hem dat zelf niet schelen, zo zou hij achteraf vertellen: “Ik heb me nooit druk gemaakt om m’n uiterlijk, ook niet na m’n ziekte. Ik was al lang blij dat ik nog leefde! Ik begon zelf maar geintjes te maken over hoe ik er uit zag. Een beetje zelfspot is nooit weg om je staande te houden.” Over zijn prothese zou hij later met regelmaat gekscherend vertellen dat waar andere mensen een glas gebruikten om hun kunstgebit in te stoppen, hij een hele emmer nodig had.

Jacobs maakte een zeer moeilijke periode door, maar in zijn achterhoofd bleef hij telkens hopen op een terugkeer in het voetbal. Thuis oefende hij urenlang voor de spiegel met praten, terwijl hij ondertussen denkbeeldige spelers coachte: “Dan riep ik hardop: naar links, naar rechts, aannemen die bal..” Ook ging de in Oirsbeek woonachtige Jacobs elke dag een uur hardlopen op de Brunsummerheide en deed hij veel aan krachttraining.

Bert Jacobs vocht dan wel keihard voor zijn terugkeer, maar hij wilde niets weten van complimenten over zijn manier van omgaan met zijn ziekte: ‘Ik wil geen verhalen horen over die dappere, doorzettende Jacobs. Onzin, je hebt geen andere keuze.”

Enkele maanden na zijn operatie werd Bert Jacobs genezen verklaard en was hij weer helemaal terug. Door zijn ziekte was hij als mens naar eigen zeggen wel veranderd. Jacobs was milder geworden en had leren relativeren. Waar voetbal voorheen alles was, lukte het hem makkelijker zaken los te laten. Toch wilde Jacobs maar al te graag weer iets in het voetbal gaan doen: “Ik hou niet van golf of van boeken lezen, ik hou van voetbal”, zo sprak Jacobs over zijn enorme drive. Zijn eerste klus werd wat scoutingswerk voor PSV. Al snel diende zich een nieuwe werkgever aan, waardoor Bert Jacobs zijn trainersloopbaan nieuw leven in kon blazen.

Bert Jacobs - deel 5 - 1980-1986

zie hier voor deel 4
...Bert Jacobs als trainer van Fortuna...

In de jaren zeventig kenmerkte de trainersloopbaan van BertJacobs zich door stabiliteit. Eerst vier jaar FC Utrecht, vervolgens zes jaar Roda JC. Met zulke clubtrouw kun je thuis komen! Hoe anders verloopt de periode erna voor Jacobs: in vijf jaar tijd heeft hij liefst vier verschillende werkgevers.

Na zijn glorierijke verblijf in Kerkrade, kiest Bert Jacobs voor een dienstverband bij Willem II. Als gepromoveerde ploeg had de Tilburgse club het jaar ervoor een knappe achtste plaats in de Eredivisie bereikt. Voordien had Willem II dertien lange jaren in de Eerste Divisie gespeeld, dus er viel nogal wat op te bouwen in Brabant: precies datgene dat als specialiteit van Jacobs gezien werd.

De verwachtingen die de Zandvoortenaar had, kwamen echter geenszins uit. Sterker nog: Jacobs zou de keuze voor de tricolores later zelfs een nagel aan zijn doodskist noemen. Daar waar in zijn ogen bij Roda alles perfect georganiseerd was, bleek het bij Willem II volgens Jacobs een zootje: “Als trainer moet je dat één keer meemaken”, zo sprak hij over zijn tijd in Tilburg. Na een tiende en een veertiende plek in de Eredivisie vertrekt hij enigszins gedesillusioneerd bij Willem II.

De volgende clubkeuze van Jacobs is een verrassende: hij verkast naar Seiko Hong Kong. De club uit de toenmalige Britse kroonkolonie is dan al een paar jaar een plek waar veel Nederlandse spelers zitten. Jacobs zelf komt in contact met Seiko doordat Theo de Jong en Joop Wildbret er voetbalden.

Seiko komt uit in de weinig om het lijf hebbende competitie van Hong Kong. Zo worden alle wedstrijden in hetzelfde stadion gespeeld (!). Ruimte is sowieso erg schaars in Hong Kong: Seiko beschikt niet over een eigen trainingsveld. Elke dag wordt er net zo lang met de bus door de stad gereden tot er een stukje gras wordt gevonden. Meestal wordt het een park waar Jacobs en zijn mannen trainen, maar daar mag je dan volgens de strenge regels weer niet voetballen. En dus worden het vaak aangepaste trainingen waar geen bal aan te pas komt.

Het verblijf van Jacobs in Hong Kong is één groot avontuur. De oefenmeester komt in Azië in een heel andere wereld terecht. Voetballers worden er alleen op naam gekocht, zo zou Jacobs zich later herinneren:  “Ik weet nog goed dat Alan Ball kwam, die presteerde niets meer, maar was de vedette. Als dolletje riep ik toen, dat ik Stanley Matthews wilde hebben, daar ging men serieus op in (…).” Niet alleen op voetbalgebied is Hong Kong anders: het is ook een land van vreemde gewoontes. Zo wordt er als soort van bijgeloof in de nacht voorafgaand aan elke wedstrijd een varken midden op het veld geroosterd.

Bert Jacobs wordt met Seiko Hong Kong kampioen, maar na één seizoen houdt hij het voor gezien. Jacobs keert terug naar Nederland, waar hij bij Sparta gaat werken. Met Louis van Gaal in de rol van een soort van verlengstuk op het veld wordt een zesde plaats in de Eredivisie behaald. Jacobs vertrekt na één jaar alweer bij Sparta: hij ziet Fortuna als een positieverbetering en een club met meer mogelijkheden.

Doordat Fortuna in 1984 de bekerfinale haalde, mag de club onder Jacobs meedoen aan het Europa Cup II-toernooi. Daar bereikt de club uit Sittard de kwartfinale: een hoogtepunt in de clubgeschiedenis. Een ‘hoogtepunt’ op ander vlak is het beruchte hotelverhaal: als Fortuna in Benidorm verblijft, zet Jacobs met een brandspuit onder het mom van een ludieke actie de hotelgang blank. Negen spelers van het eveneens aanwezige FC Den Bosch worden ten onrechte voor deze daad gearresteerd. Jacobs geeft zichzelf een fikse boete voor het voorval, dat nog heel lang tegen hem zou werken.

En er is meer. Zo slaat Bert een vervelende sponsor van de club neer, iets dat zijn imago ook niet ten goede komt. In de loop van de jaargang 1986-1987 wordt, ondanks de goede sfeer in de groep, na een reeks incidenten dan ook besloten dat Jacobs en Fortuna na dat seizoen uit elkaar gaan. Vroeger dan gedacht komt er in december 1986 echter een einde aan het trainerschap van Bert Jacobs bij Fortuna Sittard. Jacobs blijkt namelijk ernstig ziek te zijn en moet geopereerd worden…

dinsdag 20 november 2012

Bert Jacobs - deel 4: Roda JC

zie hier voor deel 3

Na vier geslaagde seizoenen bij FC Utrecht had Bert Jacobs de clubs voor het uitkiezen. Hij kon naar Telstar en naar De Graafschap (destijds allebei Eredivisieploegen), maar Jacobs koos in de zomer van 1974 voor een dienstverband bij Roda JC.


De club uit Kerkrade had het voorbije seizoen voor het eerst op het hoogste niveau gespeeld, met een vijftiende plaats als eindklassering. Roda was volgens Jacobs een team waar nog de nodige rek in zat: “Die club sprak me aan. Het voetbal had toekomst in de provincie.”

Eén van de eerste zetten van Bert Jacobs bij Roda JC was het vastleggen van Dick Nanninga, in het seizoen daarvoor voorhoedespeler van Veendam. Een Eerste Divisie-spits uit Groningen naar een Eredivisieploeg uit het uiterste zuiden van het land: op het eerste oog leek het misschien een wat merkwaardige aankoop, al wist Nanninga in de jaargang 1973-1974 bij het bescheiden Veendam vijftien competitiedoelpunten te maken. Het vastleggen van Dick Nanninga bleek een meesterzet van Jacobs te zijn. De kopsterke midvoor werd een sensatie in Zuid-Limburg. Nanninga kreeg eenzelfde rol toebedeeld als Jan Groenendijk bij FC Utrecht had gehad: een sterke, bonkige spits die bediend werd vanaf de vleugels.

Het was dit spelsysteem waar Jacobs bekend om zou komen te staan. 4-3-3, lekker aanvallend, en bij voorkeur met een spits die kon koppen. Onder leiding van Bert Jacobs groeide het een door hem zorgvuldig samengestelde team uit tot een stabiele subtopper. Jacobs gaf zijn spelers veel vrijheden, maar ontzag niemand; er werd stevig getraind bij Roda. Door het bereiken van de bekerfinale werd in 1976 Europees voetbal gehaald, een hoogtepunt voor de club. En twee jaar later deden er met Jan Jongbloed én Dick Nanninga zelfs twee Roda-spelers mee aan de WK-finale tegen Argentinië. Invaller Nanninga, die in Kerkrade zo goed speelde dat hij tot de vaste Oranjekern was gaan horen, scoorde zelfs het enige Nederlandse doelpunt.

Bij Roda JC had Bert Jacobs zijn langste periode als trainer: zes aaneengesloten seizoenen was hij coach in Zuid-Limburg, wat voor Roda nog altijd een record is. In zijn tijd in Kerkrade botste Jacobs regelmatig met suikeroom Nol Hendriks. Zo vertelde Jacobs later: “Ik moest niets hebben van zulk soort randfiguren. Hij wilde zich toen al overal mee bemoeien. Nou, mooi niet. Op een gegeven moment heb ik Hendriks gezegd: koop een paar goeie voetbalschoenen en ga lekker trainen, en ik heb hem een boekje met oefenstof gegeven, Dat heeft-ie me nooit vergeven.”

In zes jaar Roda JC was er ook genoeg tijd voor de nodige Bert Jacobs-humor. Zo had hij Sjef Spronck, hulptrainer bij de ploeg, wijsgemaakt dat mevrouw Jacobs de lekkerste goulash van Limburg maakte. Als Spronck weer eens op bezoek kwam, was het echter niet Berts vrouw die het eten verzorgde, maar stiekem de heer des huizes. De onwetende Spronck heeft heel wat keren gesmuld van onvervalst hondenvoer met goulashsaus erover.

Een andere legendarische quote uit die periode is een incident met de op dat moment als chef sport bij Dagblad De Limburger werkende Jean Nelissen, zo zou Jacobs zich jaren later herinneren: “Jean heeft me toen eens iets geflikt. Ik weet niet meer wat, maar ik heb gereageerd door het bericht los te laten dat we een hele grote speler gecontracteerd hadden en er vervolgens voor gezorgd dat het eerst bij hem terecht kwam. Hij zette het gelijk in de krant. Heerlijk vind ik dat. Daar kan ik van genieten. Dan heb ik mijn revanche en is wat mij betreft alles vergeten en vergeven.”

Na zes jaar Roda JC was Bert Jacobs uitgegroeid tot een ervaren trainer, met de nodige successen op zijn naam. En dus was het tijd voor een volgende stap.

maandag 19 november 2012

Bert Jacobs - deel 3: FC Utrecht

zie hier voor deel 2

...Bert Jacobs, linksboven, als trainer
van FC Utrecht...
De plannen zijn groot in de zomer van 1970: het nieuwe FC Utrecht moet een club van formaat gaan worden. De fusie tussen Elinkwijk, Velox en DOS heeft er in ieder geval voor gezorgd dat de nieuwe Utrechtse hemelbestormer een behoorlijk sterke selectie heeft.

Met ‘het beste van drie werelden’ lijkt een hoge klassering dan ook een heldere doelstelling en een manier om het ingeslapen voetbal in Utrecht nieuwe impulsen te geven. In het voorbije seizoen eindigde het roemruchte DOS (twaalf jaar eerder nog landskampioen!) op een schamele zestiende plek in de Eredivisie, speelde Elinkwijk in de Eerste Divisie en acteerde het Velox van trainer Bert Jacobs zelfs in de Tweede Divisie. De gebundelde krachten zouden moeten gaan zorgen voor een wederopstanding van het Utrechtse voetbal.

Drie clubs die fuseren: een essentiële vraag is wie dan de hoofdtrainer gaat worden. Het oorspronkelijke idee was dat Evert Mur, in de jaargang 1969-1970 werkzaam bij Elinkwijk, de hoofdverantwoordelijke coach van FC Utrecht zou gaan worden met daarbij een soort van managersfunctie. Bert Jacobs zou dan de veldtrainingen op zich gaan nemen. Die constructie werd door Jacobs geweigerd: “Er is maar één kapitein op een schip”, zo vond hij. Toen de fusieclub en Mur er vervolgens niet uit kwamen werd Bertus Jacobs alsnog de allereerste trainer van FC Utrecht.

Assistent van Jacobs wordt de beginnende trainer Fritz Korbach. De twee vormen met hun grappen en grollen een olijk duo dat zijn weerga niet kent en ook nooit meer overtroffen zou worden. Toch wordt er vooral scherp en keihard getraind bij FC Utrecht, dat in de van De Volewijckers overgekomen Co Adriaanse haar enige aankoop van het seizoen heeft. De nog uiterst jonge Jacobs knalde er zelf flink in op de trainingen, zo zou Adriaanse zich jaren later herinneren: “Hij had een knieblessure en het gebeurde regelmatig dat hij in de kreukels op het veld lag. Zijn knie was net een schuiflade. Dan frutselde hij wat, deed er een lap omheen en ging vervolgens gewoon weer verder.”

Het FC Utrecht van Bert Jacobs speelde aanvallend voetbal, op een wijze die de latere trainer Co Adriaanse inspireerde. Jacobs presteert met FC Utrecht goed: elk jaar eindigt hij met de club in het linkerrijtje. Wanneer Fritz Korbach zijn loopbaan als hoofdtrainer begint bij FC Wageningen, krijgt Jacobs de eveneens piepjonge Han Berger als nieuwe assistent. Bert Jacobs staat bekend als een sfeermaker pur sang: hij is geen voorstander van het uitdelen van boetes en legt de nadruk op het groepsbelang.

De spelersgroep heeft zoveel respect voor Jacobs, dat zijn cabareteske uitspattingen geen enkele negatieve invloed hebben op hoe er tegen hem aan gekeken wordt. Zo komt Jacobs bij een diner in restaurant Hoog Brabant plotseling op zijn fiets door de draaideur de zaak in rijden. Ook komen er regelmatig typetjes van Bert voorbij, zo herinnerde Co Adriaanse zich: “Op feestjes verdween hij vaak van het toneel, om even later terug te komen als Polleke Van De Plasse, een gedrogeerde Vlaamse wielrenner. Hij deed zijn haar in de war, trok een scheur in zijn overhemd, rolde zijn broekspijpen op, legde een fiets in zijn nek en gaf dan in het Vlaams een voorstelling: “Alléz, manneke.” Af en toe trok hij daarbij wat bloemen uit een vaas en at ze op.”

Hoewel Bert Jacobs een behoorlijke drinker was en op feestjes regelmatig aangeschoten was, stond hij de dag erna keurig als eerste weer op het trainingsveld. In zijn FC Utrecht-periode is er slechts één medisch incident: Jacobs stort in op het moment dat hij behoorlijke last van hyperventilatie krijgt. Dat buiten beschouwing gelaten is het verblijf van Bert Jacobs bij FC Utrecht een groot succes. Na vier seizoen vertrekt hij uit de Domstad, om een trainerschap bij Roda JC aan te gaan.

Bert Jacobs - deel 2: de beginjaren

zie hier voor deel 1

Bert Jacobs zette zijn eerste stappen op voetbalgebied bij Zandvoortmeeuwen in Zandvoort: de plaats waar hij opgroeide. Jacobs, als jongetje supporter van Feyenoord, had talent: hij debuteerde op vijftienjarige leeftijd in het eerste. In de jaren dat Jacobs bij de club voetbalde had Zandvoortmeeuwen niet de minste trainers. Eerst was er Siem Plooyer, die later in het betaald voetbal coach van Heerenveen en NAC zou worden. Zijn opvolger werd Leslie Talbot, die met RCH al een profclub had getraind en later nog jarenlang in het betaald voetbal zou werken bij clubs als DWS en Eindhoven. Zandvoortmeeuwen had een behoorlijk goede ploeg, met onder anderen de ex-profs Rinus Michels en Hans Boskamp in de gelederen.

Onder de vleugels van Plooyer en Talbot ontwikkelde Jacobs zich dusdanig dat Haarlem hem vastlegde. Daar haalde hij zelfs het eerste elftal. Ondertussen volgde Jacobs het CIOS. In die tijd viel hij al op door zijn humor, zo zou hij later vertellen: “Ik ben altijd zo geweest. Om de boel te vermaken fietste ik in die jaren bijvoorbeeld over brugleuningen.” Jacobs liet op het CIOS een onvergetelijke indruk achter met zijn cabaretacts. Samen met Pierre Zenden, die later bekend zou worden als judo-man van Studio Sport en vader van Boudewijn, verzorgde hij optredens. Het duo Pierre en Bert zong en imiteerde. Als examen deden de twee een act van Joop Doderer en Ko van Dijk.

In die periode was Bert Jacobs al voetballer-af: bij Haarlem scheurde hij zijn kniebanden waarna hij zijn carrière beëindigde. Het was niet zozeer dat die blessure per definitie einde verhaal had betekend, maar het was voor Jacobs wel een reden om alle plussen en minnen op een rijtje te zetten. Hij was weliswaar een aardige voetballer, maar geen topper. Daar kwam nog bij dat hij met het trainerschap  een betere toekomst voorzag. En dus nam Bertus Jacobs een drastische beslissing die de rest van zijn leven zou bepalen: hij ging alles op alles zetten om trainer te worden.

Met die loopbaan begon hij in 1962 bij ‘zijn Zandvoortmeeuwen’, waar hij jeugdtrainer werd. Al snel maakte Bert Jacobs flinke promotie: hij kwam terecht bij ADO. Daar werd Jacobs assistent van Ernst Happel, tegen wie hij enorm op keek. De verdeling was duidelijk: Happel was hoofdcoach, de piepjonge Bert Jacobs kreeg de jeugd, het tweede elftal en de keepers onder zijn hoede. In de jeugd van ADO werkte hij met onder anderen Harry Vos, Aad de Mos en Dick Advocaat, in het tweede elftal kreeg hij te maken met Theo Verlangen, Aad Mansveld en Henk Houwaart. Naast zijn voetbalwerkzaamheden werd Jacobs tevens administrateur bij ADO, maar dat was naar eigen zeggen geen succes: “Dat trainen vond ik leuk, maar van de boekhouding klopte niets.”

Het was al in zijn ADO-periode dat Bert Jacobs zijn eerste lichamelijke klachten kreeg. Opmerkelijk genoeg kregen zowel Ernst Happel  als hij te maken met maagklachten: “Happel en ik trainden in die tijd beiden met een rol biscuit in de zak. Als je wat at, was de pijn weg.” Veel zorgen maakte Jacobs zich niet om zijn kwaaltjes: “In mijn familie hebben ze allemaal maagzweren gehad. En toch haalden ze hoge leeftijden tot ruim negentig jaar oud.”

Na ADO belandde Jacobs bij DWS, waar hij in trainer Leslie Talbot een oude bekende trof. De Amsterdamse club werkte in die tijd al met fullprofs. Jacobs kreeg te maken met voetballers als Rinus Israel, Jan Jongbloed en Rob Rensenbrink. Na Talbot werd Jaap van der Leck trainer, een man die volgens Jacobs zijn tijd ver vooruit was. Waar het in die tijd veel fysiek werk en loopwerk was, was Van der Leck een pure voetbalcoach waar Jacobs veel van zou leren.

Terwijl Jacobs assistent van DWS was, volgde hij de A-cursus om zelf hoofdtrainer te worden. Medecursisten waren onder anderen Barry Hughes, Frans de Munck en Piet Kraak. De cursussen werden gegeven door Georg Kessler, die op nogal merkwaardige wijze opereerde, zo herinnerde Jacobs zich: “Wanneer de les afgelopen was, wilde Georg Kessler dat we met z’n allen ‘Leve de KNVB’ riepen. Daar stonden we dan als grote kerels. ‘Leve de KNVB, hiep, hiep, hoera.’ Na een paar keer zijn we daar trouwens mee gestopt.”

Bert Jacobs rondde de cursus succesvol af en was op zijn zesentwintigste (!) klaar voor het hoofdtrainerschap. Hoewel DWS Jacobs graag wilde houden, koos hij voor De Volewijckers voor zijn eerste klus op eigen benen. Jacobs trainde de hele club, van de pupillen tot en met het eerste elftal, waartoe ook Co Adriaanse behoorde. Al snel bewees Bert Jacobs over koopmansgeest te beschikken: zijn allereerste aankoop was Ger Lagendijk, die voor 3.000 gulden over kwam van ADO. Enkele maanden later werd Lagendijk voor liefst 35.000 gulden weer verkocht: hij vertrok naar Amerika.

Na De Volewijckers kwam Jacobs terecht bij Velox. Zijn verblijf aldaar zou slechts één seizoen duren: de club fuseerde samen met DOS en Elinkwijk tot FC Utrecht…

zondag 18 november 2012

Bert Jacobs - deel 1: inleiding


Bert Jacobs. Laat zijn naam vallen bij mensen die de trainer hebben gekend en je krijgt gegarandeerd de ene na de andere smeuïge anekdote. Want Bert Jacobs was een markante man, met zijn humor als handelsmerk. Daarnaast was Jacobs een gewaardeerd coach met een imposante carrière: liefst vijfendertig jaar was hij actief als trainer.

En dat is relatief heel lang, want Bert Jacobs mocht maar achtenvijftig jaar worden. Nadat hij eerder kanker wist te overwinnen, werd de ziekte hem een tweede keer in 1999 fataal. Jacobs stierf veel te jong, maar zijn leven was een aaneenschakeling van bijzondere momenten. We herinneren hem als een monument voor het voetbal. In negen episodes kijken we op deze site terug op de trainerscarrière van Bert Jacobs, die afgelopen woensdag alweer dertien jaar geleden overleed.

Als research werd gebruik gemaakt van tal van artikelen die verschenen in Voetbal International, Sportweek en Voetbal Nederland.

Bert Jacobs, afkomstig uit Zandvoort, werd geboren in 1941. Hij begon zijn trainersloopbaan als assistent bij ADO en DWS en werkte daarna als hoofdtrainer bij achtereenvolgens De Volewijckers, Velox, FC Utrecht, Roda JC, Willem II, Seiko Hong Kong, Sparta, Fortuna Sittard, Vitesse, Sporting Gijon, RKC, FC Volendam en opnieuw RKC Waalwijk. In die tijd had hij heel wat spelers onder zijn hoede die later trainer zouden worden: van Louis van Gaal tot Aad de Mos, van Dick Advocaat tot Bert van Marwijk en van Leo van Veen tot Co Adriaanse.

Jacobs, die de term hotseknotsbegoniavoetbal introduceerde, zat een recordaantal wedstrijden als trainer op de bank. Hij was een vakman, die nimmer bij een echte topclub werkte. Gedurende zijn loopbaan werd hem vaak gevraagd hoe dat nou kon. De oorzaak is waarschijnlijk een combinatie tussen zijn niet altijd door iedereen gewaardeerde humor en zijn natuurlijke afkeer tegen bestuurders.

Regelmatig liet Bert Jacobs doorschemeren dat hij weinig op had met de mensen om het voetbal heen. Voorzitters zonder kennis van zaken: hij had er een broertje dood aan. Daarnaast had Jacobs het hart op de tong, waardoor zijn opmerkingen bij heel wat mensen in het verkeerde keelgat moeten zijn geschoten. Jacobs was een echte volksjongen die zei wat hij ergens van vond: of het nu over het warrige competitieschema van de Eredivisie was of over een sponsor die zich te veel met zijn beleid bemoeide. De kleurrijke coach stak zijn mening niet onder stoelen of banken, maar hield er niet van om zichzelf in de markt te prijzen. Hoewel Jacobs met zowel Feyenoord als PSV onderhandelde over het hoofdtrainerschap, kwam het nooit zo ver.

De trainerskwaliteiten van Bert stonden niet ter discussie. Jacobs werkte vaak bij bescheiden clubs, maar haalde meestal het optimale rendement uit selecties. Hij coachte liefst zesentwintig Europa Cup-wedstrijden en was zijn hele carrière een meester in het op de juiste plaats te zetten van zijn spelers. De poppetjes goed neerzetten: het klinkt zo simpel, maar het is wel essentieel. Jacobs bracht balans in een elftal, had aandacht voor de jeugd en motiveerde spelers. Daarnaast creëerde hij gezelligheid in een team. Hij was een ware sfeermaker dankzij, inderdaad: zijn humor.

Die humor had Jacobs van zichzelf, maar het is algemeen bekend dat Bert Jacobs ook wel van een drankje hield: na de wedstrijd liet hij op die manier graag de spanning van zich afglijden (“Neutje, kletsen, lachen”). Jacobs hield er van de boel op te krikken en lekker te entertainen. Legendarisch zijn zijn typetjes, waarvan de homofiele scheidsrechter Flip van Billenstein wel de bekendste was. Zulke acts werden niet door iedereen gewaardeerd en Jacobs wist zelf ook dat hij soms te ver ging, zo vertelde hij ooit: “Die dingen komen altijd spontaan bij me op. Ik bereid het niet voor en in zo’n situatie overschrijd je wel eens bepaalde grenzen. Achteraf heb ik daar dan ook spijt van.” Met zijn grappen had hij niks kwaads in de zin. Hij nam simpelweg graag groeperingen op de hak: “Op een bepaalde manier is elke groep of elk beroep toch belachelijk. Voetbaltrainers ook, natuurlijk.”

Bert Jacobs danste in zijn onderbroek op tafel, probeerde op de fiets een nachtclub binnen gaan, liep op zijn handen het spelershome binnen, gooide een bord spaghetti over collega en vriend Fritz Korbach en zette met een brandspuit een hotelgang blank: allemaal capriolen waarvan Jacobs wist dat deze hem soms in de weg zaten.

Ondanks al zijn optredens was Jacobs in eerste instantie een echte voetbalcoach. Bert Jacobs, die bijna altijd 4-3-3 speelde, nam zijn werk dan ook erg serieus. Thuis bereidde hij tot diep in de nacht trainingen en wedstrijden voor. Het kwam regelmatig voor dat zijn vrouw Nelly hem op zo’n tijdstip weer eens gebogen achter zijn bureau zag zitten, met stapels papieren bij zich.  In zijn kamer had hij een A4-tje hangen met daarop een aantal punten. Balans, veldbezetting: zaken waar je als trainer allemaal aan moest voldoen. Als Jacobs het als coach moeilijk had, keek hij gewoon even naar dat blaadje en dan wist hij het weer.

Als trainer degradeerde Bert Jacobs nooit: een prestatie van formaat. Zelf vatte hij zijn capaciteiten weleens samen: “Ik ben minimaal gelijkwaardig aan Leo Beenhakker, Aad de Mos of Dick Advocaat.” De trainer Bert Jacobs genoot ervan het optimale rendement uit een selectie te halen. Maar bovenal wist de in 1999 overleden Jacobs één ding: “In het leven zijn drie dingen ècht belangrijk: eten, drinken en humor.”

deel 2 - de beginjaren

De Bert Jacobs Top 100

woensdag 31 oktober 2012

De ultieme wraak van Dunga

Eindelijk had hij hem in zijn handen. Uitgerekend hij, hij die al die jaren zo bekritiseerd was geworden. De voetballer die aanvankelijk werd gezien als alles waar voetbalminnend Brazilië niet van houdt. Nu kon hij op ultieme wijze wraak nemen. En dus schreeuwde hij het uit: zo hard als hij maar kon, met de felbegeerde cup stevig vastgeklemd. Hij, aanvoerder Dunga van de Gouden Braziliaanse ploeg van 1994. Na vierentwintig lange jaren ging de wereldtitel weer naar zijn vaderland.

Op die zeventiende juli 1994 werd de voetballer Dunga definitief omarmd door het Braziliaanse volk en de immer kritische pers. Dat is wat je noemt relatief laat voor een ervaren international van op dat moment ruim dertig jaar oud. Maar Dunga was dan ook geen doorsnee Braziliaanse voetballer.

Dunga werd als Carlos Caetano Bledorn Verri geboren op 31 oktober 1963 in Ijuí, in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul. De geografische ligging van die staat droeg flink bij aan het voetballot van kleine Carlos. Het voetbal in Rio Grande do Sul heeft veel raakvlakken met dat van buurlanden Uruguay en Argentinië. In de staat van de Gaúcho’s wordt vooral on-Braziliaans hard gespeeld. Dat gebeurt bij Dunga’s eerste profclub Internacional en ook bij het eveneens uit Porto Alegre afkomstige Grêmio, in 1995 tegenstander van Ajax in het duel om de Wereldbeker voor clubteams. In dat kader is het veelzeggend dat Grêmio werd opgericht door bewoners van de Duitse kolonie (!) in de stad.

Brazilië staat wereldwijd bekend om spelers die het spelletje op blote voeten op het strand leren en een fabuleuze techniek hebben, maar in Rio Grande do Sul zijn er relatief weinig van zulke fijnbesnaarde voetballers. En Dunga had die techniek zeker niet. Het zat hem toch al niet mee: vanwege zijn flaporen en zijn bescheiden lengte had hij zijn bijnaam annex latere voetbalnaam gekregen. Dunga is de Braziliaanse naam voor Dopey, één van de zeven dwergen van Sneeuwwitje. Inderdaad: die met die flaporen.

Als voetballer had Dunga onmiskenbaar zijn kwaliteiten, maar veel Brazilianen hadden jarenlang weinig tot niets op met zijn manier van spelen. Toch maakte Dunga snel carrière. Met de juniorenploeg van Brazilië won hij in 1983 de wereldtitel in Mexico, hetzelfde toernooi waar Nederland aanwezig was met Van Basten, Vanenburg en co. Na Internacional kwam hij in Brazilië uit voor Corinthians, Santos en Vasco da Gama –waar hij bevriend raakte met ploeggenoot Romário- alvorens naar Europa te vertrekken. In Italië ging hij voor Pisa spelen (en later ook voor Fiorentina en Pescara), waardoor het spel van Dunga alleen maar Europeser werd. De fel bekritiseerde, wat hoekig ogende middenvelder, snoerde in 1989 voor het eerst zijn critici de mond. Dankzij een ploeterende Dunga konden sterren als Bebeto en Romário excelleren tijdens de Copa America, die Brazilië voor het eerst sinds 1953 wist te winnen.

Maar na het daaropvolgende WK van 1990 was het weer helemaal mis tussen Dunga en zijn thuisland. Voor het toernooi in Italië werd Dunga door bondscoach Sebastiāo Lazaroni gebombardeerd tot de leider van het elftal. Brazilië zou het dit keer helemaal anders gaan aanpakken: na de wereldtoernooien van 1982 en 1986, waar de Zuid-Amerikanen in schoonheid waren gestorven, zou de ploeg nu resultaatvoetbal gaan spelen. Tot grote ontsteltenis van veel Brazilianen stonden plichtsbesef en soberheid centraal en was er weinig ruimte voor creativiteit. Toen Brazilië vervolgens in de tweede ronde door uitgerekend Argentinië uit het toernooi werd geknikkerd, was de kritiek snoeihard. De seleçāo had voor Braziliaanse begrippen verschrikkelijk gespeeld én niet gewonnen, dus wat had de veranderde speelwijze nu daadwerkelijk opgeleverd?

Dunga, de belichaming van alles wat voetbalminnend Brazilië haatte, was vanaf dat moment helemaal de gebeten hond. Hij, die niets van de schoonheid van het pure Braziliaanse voetbalspel in zich had, werd geslachtofferd en raakte volledig buiten beeld bij het nationale team. Laagdunkend werd er jarenlang gesproken van het totaal mislukte ‘tijdperk Dunga’.

De ommekeer kwam in 1993. Dunga, ontevreden geraakt in Italië, kocht zijn contract af en verkaste naar de Duitse Bundesliga. Bij VfB Stuttgart begon zijn rehabilitatie. Bondscoach Carlos Alberto Parreira zag het namelijk wél zitten in de in Zuid-Duitsland sterk spelende Dunga, erkende zijn toegevoegde waarde en liet hem terugkeren in de seleçāo.

Daar werd Dunga vervolgens de ultieme leider: het verlengstuk van Parreira op het veld en ontegenzeggelijk de man met gezag. Langzaam begon de opinie rondom hem te keren. Dunga, door de jaren gehard en daardoor mentaal ijzersterk, was in het steeds meer fysiek wordende voetbal een factor van groot belang geworden in het Braziliaanse team. Toch was er ook op het WK in 1994 in de Verenigde Staten veel kritiek op de ploeg. Ook daar speelde Brazilië te saai, te afwachtend en te weinig frivool.

...Brazili:e, wereldkampioen 1994, met op de onderste
rij in het midden aanvoerder Dunga...
Maar dit keer werd er wél gewonnen. Het Europese spel van Brazilië paste dan ook prima binnen de trend van dat WK: alle overige kwartfinalisten kwamen uit Europa. Het op stoom geraakte Brazilië versloeg in de kwartfinale Nederland en was in de halve finale met 1-0 te sterk voor Zweden. In de eindstrijd stuitte Brazilië op Italië, het land waar Dunga zoveel jaar had gespeeld. Het zou de saaiste WK-finale in de geschiedenis worden. Ook na honderdtwintig minuten was het nog 0-0, waarna penalty’s moesten bepalen wie de nieuwe wereldkampioen zou worden. De voortekenen voor Brazilië waren niet al te gunstig: tot dat moment had het land nog nooit een penaltyreeks gewonnen.

Doordat Franco Baresi en Márcio Santos vanaf de elfmeter-stip faalden, bleef de nul zelfs bij de strafschoppenserie nog even staan. Het was Demetrio Albertini die de ban brak en namens Italië de score opende. Ook de daaropvolgende penalty’s gingen erin, totdat de Braziliaanse doelman Taffarel de strafschop van Daniele Massaro stopte. Voor het eerst kon Brazilië op voorsprong komen. Het was de beurt aan uitgerekend aanvoerder Dunga, die zijn penalty feilloos raak schoot. Nu zou een miskleun van de Italiaanse vedette Roberto Baggio betekenen dat Brazilië haar eerste wereldtitel sinds 1970 zou pakken. De penalty die ‘het Goddelijke staartje’ vervolgens nam zou de geschiedenis ingaan als één van de meest historische missers ooit. Keihard over.

Precies op het moment dat de voet van Roberto Baggio de bal totaal verkeerd geraakt had, was Dunga wereldkampioen. Als aanvoerder kreeg hij de wereldbeker als eerste in handen, uitgereikt door de toenmalige Amerikaanse vicepresident Al Gore. Dunga klemde de beker, die het Braziliaanse team zou opdragen aan hun enkele maanden eerder verongelukte landgenoot autocoureur Ayrton Senna, stevig vast. Alle spieren in zijn gezicht spanden zich samen waarna een oerkreet volgde waarbij alle agressie er uit kwam. Een jarenlang gevoel van onrecht en onderwaardering was definitief weggepoetst. Eindelijk kon hij wraak nemen op iedereen die hem zo bekritiseerd had. Wereldkampioen Dunga had bewezen dat ‘zijn’ voetbalmanier wel degelijk succes kon opleveren. Zoeter kon wraak niet zijn…

Dunga zou in 1995 naar Japan vertrekken, waar hij bij Jubilo Iwata ploeggenoot van André Paus, Gerald Vanenburg en Dido Havenaar werd. Hij werd er in 1997 kampioen en voetballer van het jaar. Op het WK in 1998 was Dunga wederom aanvoerder van de Braziliaanse ploeg, maar zijn droom om een tweede keer Wereldkampioen te worden mocht niet zo zijn. In een finale waar de Brazilianen massaal faalden werd verloren van Frankrijk. Dunga bleef nog tot 2000 voetballen en sloot zijn carrière af bij Internacional. In 2006 werd hij bondscoach van Brazilië. In die hoedanigheid verloor hij op het WK in 2010 van Nederland, maar dat is weer een heel andere episode van zijn loopbaan… 

vrijdag 26 oktober 2012

Over voetstukken: wonderbaarlijke voetbalvertellingen

Voetbalverhalen: er valt heel veel te vertellen over de rijke historie van het voetbal. Verhalen over succesvolle spelers, coaches, clubs en landen zijn er te over, maar juist ook de keerzijde levert heel interessant materiaal op.

Verhalen over de spelers die het nét niet haalden. Over die speler bij wie een blessure een pijnlijk einde van zijn loopbaan betekende. Of iemand die een totaal mislukt avontuur in het buitenland beleefde. Vaak zitten al die verhalen zelfs in elkaar verstrengeld. Want een succesverhaal voor de één, betekent vaak een tegenovergesteld verhaal voor de ander.

Inderdaad, verhalen zijn er meer dan genoeg. Voetbalschrijver wil via deze weg wonderbaarlijke voetbalvertellingen publiceren en gebeurtenissen in historisch perspectief plaatsen. Want wat gebeurde er nu écht? Heel veel anekdotes zijn daarbij praktisch verloren gegaan. Voetbalschrijver wil deze informatie naar boven gaan brengen.

Hoe verliep het laatste seizoen van Wim Kieft als voetballer? Hoe zat het ook alweer met de Champions League-avonturen van het Noorse Rosenborg? Welke Nederlanders speelden er zoal voor SK Beveren? En wat ging er nu allemaal precies mis bij de fusieclub SVV/Dordrecht ’90?

Dankzij een zeer uitgebreid voetbalarchief kunnen op zorgvuldige wijze de meest uiteenlopende verhalen worden samengesteld. Voetballers worden in deze categorie op een voetstuk geplaatst door de artikelen die er worden geschreven. De vertellingen zijn dan ook letterlijk en figuurlijk voetstukken.

De afgelopen twee jaar is er heel veel tijd geïnvesteerd om een grote database aan statistisch materiaal op te zetten. Elders op de site kan je daar alles over lezen. Naast de feiten en statistieken moet de rubriek voetstukken: wonderbaarlijke voetbalvertellingen het sluitstuk van de website gaan vormen.

Verhalen worden verteld aan de hand van anekdotes en quotes. En op namen die in die verhalen voorkomen, kan steevast worden geklikt. Dan kom je bij iemands spelersportretje uit, of bij een historisch overzicht van een club. Maak dus zelf een ontdekkingstocht langs de vele spelersportretjes, interlands enzovoort. Wie weet vind je dan wel een potentieel onderwerp voor een artikel…

Heb je suggesties voor een verhaal? Neem dan contact op met voetbalschrijver@hotmail.com.

...Een verhaal over het Fortuna Sittard-team van het seizoen 1996-1997?
Of over één van de spelers uit deze selectie? Werkelijk alles is mogelijk bij
de rubriek Voetstukken: wonderbaarlijke voetbalvertellingen...