zondag 18 november 2012

Bert Jacobs - deel 1: inleiding


Bert Jacobs. Laat zijn naam vallen bij mensen die de trainer hebben gekend en je krijgt gegarandeerd de ene na de andere smeuïge anekdote. Want Bert Jacobs was een markante man, met zijn humor als handelsmerk. Daarnaast was Jacobs een gewaardeerd coach met een imposante carrière: liefst vijfendertig jaar was hij actief als trainer.

En dat is relatief heel lang, want Bert Jacobs mocht maar achtenvijftig jaar worden. Nadat hij eerder kanker wist te overwinnen, werd de ziekte hem een tweede keer in 1999 fataal. Jacobs stierf veel te jong, maar zijn leven was een aaneenschakeling van bijzondere momenten. We herinneren hem als een monument voor het voetbal. In negen episodes kijken we op deze site terug op de trainerscarrière van Bert Jacobs, die afgelopen woensdag alweer dertien jaar geleden overleed.

Als research werd gebruik gemaakt van tal van artikelen die verschenen in Voetbal International, Sportweek en Voetbal Nederland.

Bert Jacobs, afkomstig uit Zandvoort, werd geboren in 1941. Hij begon zijn trainersloopbaan als assistent bij ADO en DWS en werkte daarna als hoofdtrainer bij achtereenvolgens De Volewijckers, Velox, FC Utrecht, Roda JC, Willem II, Seiko Hong Kong, Sparta, Fortuna Sittard, Vitesse, Sporting Gijon, RKC, FC Volendam en opnieuw RKC Waalwijk. In die tijd had hij heel wat spelers onder zijn hoede die later trainer zouden worden: van Louis van Gaal tot Aad de Mos, van Dick Advocaat tot Bert van Marwijk en van Leo van Veen tot Co Adriaanse.

Jacobs, die de term hotseknotsbegoniavoetbal introduceerde, zat een recordaantal wedstrijden als trainer op de bank. Hij was een vakman, die nimmer bij een echte topclub werkte. Gedurende zijn loopbaan werd hem vaak gevraagd hoe dat nou kon. De oorzaak is waarschijnlijk een combinatie tussen zijn niet altijd door iedereen gewaardeerde humor en zijn natuurlijke afkeer tegen bestuurders.

Regelmatig liet Bert Jacobs doorschemeren dat hij weinig op had met de mensen om het voetbal heen. Voorzitters zonder kennis van zaken: hij had er een broertje dood aan. Daarnaast had Jacobs het hart op de tong, waardoor zijn opmerkingen bij heel wat mensen in het verkeerde keelgat moeten zijn geschoten. Jacobs was een echte volksjongen die zei wat hij ergens van vond: of het nu over het warrige competitieschema van de Eredivisie was of over een sponsor die zich te veel met zijn beleid bemoeide. De kleurrijke coach stak zijn mening niet onder stoelen of banken, maar hield er niet van om zichzelf in de markt te prijzen. Hoewel Jacobs met zowel Feyenoord als PSV onderhandelde over het hoofdtrainerschap, kwam het nooit zo ver.

De trainerskwaliteiten van Bert stonden niet ter discussie. Jacobs werkte vaak bij bescheiden clubs, maar haalde meestal het optimale rendement uit selecties. Hij coachte liefst zesentwintig Europa Cup-wedstrijden en was zijn hele carrière een meester in het op de juiste plaats te zetten van zijn spelers. De poppetjes goed neerzetten: het klinkt zo simpel, maar het is wel essentieel. Jacobs bracht balans in een elftal, had aandacht voor de jeugd en motiveerde spelers. Daarnaast creëerde hij gezelligheid in een team. Hij was een ware sfeermaker dankzij, inderdaad: zijn humor.

Die humor had Jacobs van zichzelf, maar het is algemeen bekend dat Bert Jacobs ook wel van een drankje hield: na de wedstrijd liet hij op die manier graag de spanning van zich afglijden (“Neutje, kletsen, lachen”). Jacobs hield er van de boel op te krikken en lekker te entertainen. Legendarisch zijn zijn typetjes, waarvan de homofiele scheidsrechter Flip van Billenstein wel de bekendste was. Zulke acts werden niet door iedereen gewaardeerd en Jacobs wist zelf ook dat hij soms te ver ging, zo vertelde hij ooit: “Die dingen komen altijd spontaan bij me op. Ik bereid het niet voor en in zo’n situatie overschrijd je wel eens bepaalde grenzen. Achteraf heb ik daar dan ook spijt van.” Met zijn grappen had hij niks kwaads in de zin. Hij nam simpelweg graag groeperingen op de hak: “Op een bepaalde manier is elke groep of elk beroep toch belachelijk. Voetbaltrainers ook, natuurlijk.”

Bert Jacobs danste in zijn onderbroek op tafel, probeerde op de fiets een nachtclub binnen gaan, liep op zijn handen het spelershome binnen, gooide een bord spaghetti over collega en vriend Fritz Korbach en zette met een brandspuit een hotelgang blank: allemaal capriolen waarvan Jacobs wist dat deze hem soms in de weg zaten.

Ondanks al zijn optredens was Jacobs in eerste instantie een echte voetbalcoach. Bert Jacobs, die bijna altijd 4-3-3 speelde, nam zijn werk dan ook erg serieus. Thuis bereidde hij tot diep in de nacht trainingen en wedstrijden voor. Het kwam regelmatig voor dat zijn vrouw Nelly hem op zo’n tijdstip weer eens gebogen achter zijn bureau zag zitten, met stapels papieren bij zich.  In zijn kamer had hij een A4-tje hangen met daarop een aantal punten. Balans, veldbezetting: zaken waar je als trainer allemaal aan moest voldoen. Als Jacobs het als coach moeilijk had, keek hij gewoon even naar dat blaadje en dan wist hij het weer.

Als trainer degradeerde Bert Jacobs nooit: een prestatie van formaat. Zelf vatte hij zijn capaciteiten weleens samen: “Ik ben minimaal gelijkwaardig aan Leo Beenhakker, Aad de Mos of Dick Advocaat.” De trainer Bert Jacobs genoot ervan het optimale rendement uit een selectie te halen. Maar bovenal wist de in 1999 overleden Jacobs één ding: “In het leven zijn drie dingen ècht belangrijk: eten, drinken en humor.”

deel 2 - de beginjaren

De Bert Jacobs Top 100

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen